U bent hier:  TPEdigitaal » Auteursinstructie  »

Auteursinstructie TPEdigitaal

Aanleveren kopij

Lever artikelen aan in Word-format bij de redactie van TPEdigitaal op e-mailadres: redactie/tpedigitaal.nl (u dient zelf de schuine streep te vervangen door een apenstaartje in het adresveld van uw e-mailprogramma). Vermeld daarbij het e-mailadres en telefoonnummer van de contactpersoon. Houd teksten zoveel mogelijk ‘plat’, d.w.z. maak geen gebruik van automatische opmaakprofielen. De richtlijn voor de omvang van teksten is (maximaal) 5.500 woorden. Kortere bijdragen kunnen in overleg met de redactie ook geplaatst worden.

Beoordelingsprocedure

De redactie hanteert een anonieme en onafhankelijke beoordelingsprocedure. Zij beslist op basis van commentaar van referenten over plaatsing, en kan auteurs om herziening vragen.

Inhoud

TPEdigitaal is een beleidsgericht wetenschappelijk tijdschrift. Houd daarbij het volgende in gedachten:

·      TPEdigitaal publiceert artikelen op economische beleidsterreinen. Onderwerpen op andere beleidsterrein zijn ook welkom, als de vraagstelling een duidelijke relatie heeft met een economisch onderwerp.

·      Verwoord een heldere onderzoeksvraag in de introductie van het artikel.

·      Bed de analyse goed in in de wetenschappelijke literatuur.

·      Het stuk hoeft geen nieuw onderzoek te betreffen. Het moet wel zelfstandig leesbaar zijn. Dat wil zeggen: De lezer moet het verhaal kunnen begrijpen zonder het originele onderzoek(srapport) te hoeven raadplegen.

Spelling

TPEdigitaal publiceert alleen artikelen in het Nederlands. Vertaal technische termen (in het Engels) zo veel mogelijk naar het Nederlands. Hanteer de spelling volgens de Woordenlijst Nederlandse Taal (‘Het Groene Boekje’).

Opbouw artikel

Volg bij de opbouw van het artikel de volgende aanwijzingen op:

·      Plaats de namen van de auteurs (voornaam en achternaam) onder de titel van het artikel.

·      Lever een samenvatting (‘cursiefje’) mee van maximaal 100 woorden. Zij gaat vooraf aan het hoofdartikel. (Op het cursiefje volgt paragraaf 1, dat is doorgaans de inleiding).

·      Zorg ervoor dat de structuur van het artikel in dienst staat van uw vraagstelling. Een artikel sluit typisch af met een conclusie met daarin (1) een samenvatting van de bevindingen, (2) beleidsaanbevelingen en (3) suggesties voor vervolgonderzoek.

·      Nummer de paragrafen. Subparagrafen krijgen geen nummer. In een lange subparagraaf kan een kop worden aangebracht door na een witregel een alinea te openen met een korte vetgedrukte titel. De alineatekst volgt direct daarop. De paragraafindeling mag niet nog fijnmaziger zijn.

·      Voeg van alle auteurs positie, affiliatie en e-mailadres toe aan het eind van het artikel vóór de literatuur. Bijvoorbeeld: “Grote Smurf (G.Smurf@smurfenland.smu) is als leidinggevende werkzaam in Smurfenland”. Voor eventuele dankbetuigingen is ook plaats aan het eind van het artikel.

Literatuurlijst en verwijzingen

Geef literatuurverwijzingen in de tekst aan met, tussen haken, de naam van de auteurs zonder initialen en het jaartal van uitgave, bijvoorbeeld: (Bacharach 1997). Indien de auteur in de lopende tekst wordt genoemd komt slechts het jaartal tussen haken, bijvoorbeeld: ‘…. zoals bewezen door Janssen (1998)’. Verwerk de volledige referentie in een literatuurlijst aan het eind van het artikel, niet in voetnoten. De verwijzingen naar artikelen respectievelijk boekbijdragen in de literatuurlijst moeten er als volgt uitzien:

Blanchard, O. en J. Tirole, 2004, Redesigning the employment protection system, De Economist, vol. 127(1): 1-20.

Nickell, S. en R. Layard, 1999, Labor market institutions and economic performance in Ashenfelter, O. and D. Card, eds., Handbook of Labor Economics, vol. 3c: 3029-3084, North Holland, Amsterdam.

Caballero, R., D. Cowan, E. Engel en A. Micco, 2004, Effective labor regulation and microeconomic flexibility, Economic Growth Center Discussion Paper 893, Economic Growth Center, New Haven.

Tabellen, figuren en tekstkaders

Gebruik tabellen en figuren functioneel en met mate. Zorg dat figuren een voldoende hoge resolutie hebben. Bij afwijkende figuren kan de bureauredactie de auteur vragen een eenvoudiger figuur te maken. Nummer figuren en tabellen doorlopend. Probeer het gebruik van tekstkaders te vermijden. Zijn ze onvermijdelijk, voorzie ze dan van een duidelijke titel.

Voetnoten en afkortingen

Nummer voetnoten doorlopend. Beperk afkortingen tot een minimum.